Het cultuurdebat 2.0 - Cultuur en economie

hosted by IBBT-SMIT, Vrije Universiteit Brussel

GalerY', VUB campus Etterbeek

Monday, Nov 23 2009 7:00 PM

  • Het cultuurdebat 2.0 – de (on)verzoenbaarheid van cultuur en economie

    Download hier het programmaboekje van het Cultuurdebat 2.0 (9 MB, PDF)

    Bekijk hier de videofeed van het Cultuurdebat 2.0

    Het volledige verslag zal spoedig op deze website verschijnen.

     

     

     

     

     


     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Het Cultuurdebat 2.0: een beknopte nabeschouwing (An Moons)

    Op maandag 23 november organiseerde Cultuurlab het gesmaakte Cultuurdebat 2.0: ‘de (on)verzoenbaarheid van cultuur en economie’ aan de Vrije Universiteit Brussel. Na een academische  introductie debatteerden zes vertegenwoordigers uit de culturele sector onder professionele leiding van Chantal Pattyn over de uitdagingen op het vlak van cultuur en economie met bijzondere aandacht voor culturele financiering.

    Hoewel de relatie tussen cultuur en economie het laatste jaar al wel vaker onderwerp van discussie geweest is, zijn er toch nog heel wat onbeantwoorde vragen en redenen tot verdere verdieping. Het thema van cultuur en economie is een breed thema en bestrijkt diverse subthema’s en vragen. Dat bleek ook heel duidelijk uit het cultuurdebat 2.0. Aspecten die in het debat aan bod kwamen, waren onder meer de impact van cultuur en impactmeting, de (on)vanzelfsprekendheid van subsidies, het belang van ondernemerschap en responsabilisering, de verbinding tussen subsidies en alternatieve financiering, diversificiatie van ticketprijzen en het culturele (over)aanbod.

    Wat ik vooral uit dit debat onthoud, is dat culturele financiering een complex thema is maar dat de toekomst van culturele financiering heel wat perspectieven biedt en dat er niet in dualismen (markt versus staat, profit versus non-profit, privaat versus publiek) of in extreme polen (gratis of duur, economie of cultuur, elite of massa) mag gedacht worden. De voornaamste uitdaging bestaat erin op zoek te gaan naar zinvolle verbindingen die dualismen en polen overstijgen. Dat die verbindingen er zijn, daar ben ik na het debat nog meer van overtuigd. We moeten ze alleen nog weten bloot te leggen en proberen te vertalen in een nieuwe financieringsbenadering. We moeten ons de vraag stellen: wat weten we al en wat weten we nog niet met betrekking tot het thema? Waar kunnen alle partijen zich in vinden en waar helemaal niet? Welke vragen worden (nog) niet gesteld? Mijn honger naar antwoorden en concrete acties blijft nog groot en er is nog een lange weg te gaan maar met dit debat zijn we toch al weer een stapje dichter bij de eindbestemming. Van belang vooral is dat Minister Schauvliege het thema cultuur en economie in haar beleidsprioriteiten opneemt en concrete acties terzake zal nemen. Alleen dan kan er op het vlak van culturele financiering immers iets bewegen. 

    Dit debat was het tweede debat van een reeks cultuurdebatten die Cultuurlab in 2009 en 2010 organiseert en waarmee Cultuurlab de dialoog tussen academici, beleid, de culturele sector en het publiek wil stimuleren. Het volgende debat, dat zal plaatsvinden in de lente van 2010, zal focussen op cultuur en participatie en de potentiële rol van digitale cultuur bij participatie. 


    Achtergrond Cultuurdebat 2.0

    Terwijl cultuur en economie vroeger als onverzoenbare polen werden beschouwd, worden ze vandaag vaak in één adem genoemd. Het aantal initiatieven en termen om bruggen te slaan tussen beide sferen neemt toe. De culturele sector wordt steeds meer geconfronteerd met eisen inzake eigen inkomsten, efficiëntie en ondernemerschap. De tijd waarin subsidies vanzelfsprekend waren (heeft die eigenlijk ooit bestaan?) is voorbij.

    Deze veranderingen verhitten de gemoederen. In Vlaanderen wordt regelmatig verwezen naar de verwoestende effecten van een doorgedreven Amerikaans marktdenken. Bovendien wijzen critici er op dat er van ‘over-subsidiëring’ in onze contreien niet echt sprake is en is er de vrees dat een marktbenadering de zogenaamde authentieke inhoud en diepmenselijke waarde van kunst bedreigt. Voorstanders benadrukken dan weer de positieve effecten van een meer marktgerichte benadering zoals meer efficiëntie en ondernemerschap en de stijgende creativiteit en dynamiek in culturele organisaties.

    In dit debat vragen we ons af of een gulden middenweg wenselijk, en zo ja, mogelijk is. Zijn er instellingen en kunstenaars die publieke en private middelen op een geslaagde manier weten te combineren? Wat is de rol van de overheid hierbij? Kan overheidsinterventie binnen de culturele sector (het kunstendecreet) verbonden worden met (publiek/)private culturele financiering (o.a. CultuurInvest)? Moeten de schotten tussen de financieringsstromen opgeheven worden? Welke schakels van het circuit van culturele productie moeten ondersteund worden en hoe? Zijn subsidies voorbehouden voor creatie en content? Wat denkt een organisatie zoals Arteconomy over de recente ontwikkelingen? Ook staan we stil bij de ideologische aspecten van het cultuureconomisch vraagstuk. In hoeverre heeft de financieringswijze eigenlijk invloed op de inhoud van kunst en cultuur? Is de angst voor een meer marktgericht beleid terecht of is er slechts sprake van koudwatervrees?


    Inleidende visietekst

    Door An Moons

    Binnen de culturele sector is de vrees voor de almacht van de markt, de teloorgang van de authentieke inhoud en diepmenselijke waarde van kunst en het verlies aan subsidies groot. Niet vreemd hieraan is het actuele debat rond financiering en de stemmen die opgaan voor meer eigen inkomsten. Evenmin bevorderen de onzekerheid over de kersverse cultuurminister en de koers die zij wil varen een serene gemoedstoestand. Als we daarbij dan nog eens de stijgende subsidies van de voorbije jaren mee in het achterhoofd houden en deze tegenover de nakende reductie van publieke culturele middelen stellen dan is de onrust wel te begrijpen.

    Anderzijds wordt de soep nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Dat er zich een nieuw tijdperk of leven op het vlak van culturele financiering aankondigt, dat is zeer waarschijnlijk. Dat dit tijdperk überhaupt onheil met zich meebrengt, daar ben ik niet van overtuigd. Anders is immers niet (altijd) gelijk aan slechter. Anders hoeft ook niet perse revolutionair te zijn of onverzoenbaar met wat is. Een marktgerichter cultuurbeleid wordt al te vaak gelijk gesteld met een vervanging van publieke door private (profit) middelen. Een dergelijke vorm van reductionisme – geschraagd door de dichotomie markt versus staat – gaat voorbij aan de complexiteit van het culturele veld en dient ten stelligste vermeden te worden.

    Regelmatig wordt verwezen naar de verwoestende effecten van een doorgedreven marktdenken in de Amerikaanse cultuursector. Dergelijke effecten moeten we vermijden. De positieve marktstimuli, zoals bijvoorbeeld dynamiek, responsabilisering, kostenefficiëntie, ondernemerschap en maatschappelijke betrokkenheid, moeten we weten te bespelen en te optimaliseren. Een publiek financieringsmodel kan dan weer geëerd en gelauwerd worden omwille van de gecreëerde artistieke voedingsbodem, talentontwikkeling, experimentele ruimte, sociale meerwaarde en marktcorrectie.

    Op het colloquium ‘Geld voor cultuur’, dat begin oktober in Antwerpen plaatsvond, lichtte economieprofessor Arjen van Witteloostuijn zijn pleidooi voor minder subsidieafhankelijkheid, meer efficiëntie en meer ondernemerschap toe. ‘Organisaties worden in slaap gewiegd door veel subsidies’, zo stelde hij. Een visie die niet onbesproken bleef en heel wat reacties uitlokte. Van Witteloostuijn heeft een punt wanneer hij stelt dat een te grote subsidieafhankelijkheid gevaarlijk is maar stellen dat subsidies lui maken, is overdreven.

    We moeten vermijden dat de overheidsafhankelijkheid toeneemt maar we moeten ook vermijden dat de slinger overslaat in een overdreven marktdenken. Daar waar subsidiëring tekort schiet, kan de markt aanvullen en vice versa. We moeten met andere woorden de weg vrijmaken voor een nieuw, flexibeler financieringsmodel dat de voordelen van een subsidiebeleid verbindt met die van de markt en dat de intrinsieke waarde van cultuur, artistieke ontwikkeling, financiële complementariteit, kostenefficiëntie, responsabilisering, ondernemerschap en maatschappelijke betrokkenheid hoog in het vaandel draagt. Daarnaast moet er ook gekeken worden naar financiering via de derde sfeer, met name de private non-profit steun, bijvoorbeeld via dienstenverlening, mecenaat, vrijwilligerswerk en steun in natura. Dergelijke financiering komt niet alleen de financiële beweegruimte ten goede maar is ook een belangrijke stimulans voor maatschappelijke betrokkenheid. Hoewel ik me bewust ben van de huidige economische situatie, geloof ik dat deze vorm van culturele steun steeds belangrijker zal worden. 

    Weliswaar zijn aan dit nieuw financieringsmodel een aantal voorwaarden verbonden. Eerst en vooral, de verschillende financieringsstromen moeten elkaar voeden waardoor culturele organisaties maar ook en vooral individuele artiesten meer slagkracht krijgen. Ten tweede mag de noodzaak aan subsidies voor cultureel waardevolle projecten zonder marktpotentieel niet in vraag gesteld worden en moeten artistieke ontwikkeling en experimentele ruimte verzekerd blijven. Het moet duidelijk zijn dat non-profit middelen dienen aangewend te worden voor non-competitieve elementen en investeringen via bijvoorbeeld CultuurInvest voor competitieve activiteiten. Dit impliceert tevens het doorbreken van het denken in termen van gesubsidieerde versus niet-gesubsidieerde sectoren. Subsidies kunnen ook voor activiteiten met toekomstig marktpotentieel wenselijk en verdedigbaar zijn, bijvoorbeeld om het bestaan ervan mogelijk te maken. Anderzijds moeten structureel gesubsidieerde organisaties gestimuleerd worden om van een marktlogica de vruchten te plukken zonder hierbij afbreuk te doen aan de intrinsieke waarde van cultuur. Verder is het, met het oog op private financiering, belangrijk om op federaal niveau het debat over fiscale voordelen aan te wakkeren. Tot slot moeten er voorbeelden zijn dat een nieuw gemengd financieringsmodel kan zodat er geloof in kan zijn.

    An Moons is als onderzoeker verbonden aan de onderzoekscel Cultuurlab (IBBT-SMIT, Vrije Universiteit Brussel)

     

  • Situering debattenreeks Cultuurlab (IBBT-SMIT, Vrije Universiteit Brussel)

    Cultuurlab (IBBT-SMIT, Vrije Universiteit Brussel) organiseert in 2009 en 2010 een debattenreeks over actuele culturele thema's. Het onderzoekscentrum wil met deze debatten de dialoog stimuleren tussen academici, de politiek, de cultuursector en een breed publiek. Op 18 mei 2009 staken we van wal met het zeer gesmaakte cultuurdebat 1.0 rond de rol van kunst in de samenleving. We hadden het samen met politici en kunstenaars nu eens niet over geld en de subsidieproblematiek, maar wilden weten waarom 'kunst' al dan niet belangrijk zou zijn.

    Op maandag 23 november 2009 is het tijd voor het cultuurdebat 2.0 over de (on)verzoenbaarheid van cultuur en economie. Na een inleidende situering van de problematiek vanuit academisch perspectief, verdedigen 6 actoren uit het culturele veld een stelling over de (on)verzoenbaarheid van cultuur en economie en in het bijzonder over de uitdagingen voor de culturele sector op het vlak van zakelijkheid en financiering van cultuur. Nadien volgt op basis van de presentaties en stellingen een debat tussen de verschillende actoren en gaan we opnieuw de discussie met het publiek aan.

powered by amiando

Event organizer: IBBT-SMIT, Vrije Universiteit Brussel
Online Event Management with the ticketing solution from amiando

Imprint
© 2011 amiando GmbH